Hoofdtekst
Brandende scheper dwaalt in 't bos.Ne vriend van mij, Kobe, had gedaan met hooien in de schietbaan. Hij zag een licht en dacht: zou de waaier ook al gaan.Maar 't licht bleef licht. Ineens aan 't slop komt er een gloeiend mens voor hem staan. En ik pakte mijn zeis en hij was verdwenen. Dat was Jaan Heeck, die dat mee had gemaakt. Zijn haren stonden recht op zijnen kop. Dat was zo't schijnt de brandende scheper die overal ronddwaalt.
Beschrijving
Toen Jaan H. klaar was met zijn werk in het bos, zag hij een groot licht. Het volgende ogenblik stond er een gloeiende man vóór hem. Zodra Jaan zijn zeis bovenhaalde, verdween de vreemde verschijning. Het was wellicht de brandende scheper die overal ronddwaalde.
Bron
R. Aertsen, Leuven, 1953
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (noorden van de antwerpse kempen)
52
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lenaarts   
