Hoofdtekst
Maar onder de gedaante van een hond.Ik lag ne keer in mijn bedde en ‘k gevoeldege daar nen hond passeren en ie knoetsteg’ azo altoos aan mijn bedde. En ie kwamp de sarg’op een ie lei hem op mij en ik moeste d’ander oproepen van ’t geweld dat ‘k dienen hond van mij ne meer en kreeg.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw die in haar bed lag, voelde een hond op de dekens kruipen. Omdat de vrouw de hond niet meer van haar bed kreeg, moest ze luid om hulp roepen.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (zuiden)
22
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Opbrakel   
