Hoofdtekst
Als mijn moeder ging gaan spellewerken vertelde ze dat z’altijd maar een doodskeerse zag. Maar ze was ’t goed gezeid: "Meiske, steek je vingertje niet uit of ze komt d’rop zitten”. Mijn broere stak de meter uit en ze kwam d’rop zitten, vertelde moeder. Hij moste ze dragen totdat hij thuiskwam. Ton ging z’haar op ’t hekken zetten.
Beschrijving
Een meisje zag vaak een doodskaars, maar had altijd geleerd dat ze niet naar zo'n lichtje mocht wijzen. Anders zou de doodskaars op haar vinger komen zitten. Op een dag stak een jongen een meter uit naar een doodskaars. Daarop kwam de doodskaars op de meter zitten en liet zich dragen tot bij het hek van de boerderij.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (houtland)
74
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eernegem   
