Hoofdtekst
Ten tiede da mien voader gienk werken passeerde ne ’s oavends ne keer an een kapelleke. Er zat doa een doeodkeerse. Je passeerde een bitje verder an een wol en ’t was liek of da ze d’er in gedreven woaren.
Beschrijving
Een man man die op een avond voorbij een kapelletje liep, zag een doodkaars zitten. Toen de man wat verderop bij een gracht kwam, had hij het gevoel alsof hij naar het water werd gedreven.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
28
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingelmunster   
