Hoofdtekst
Da waren d’er drieë die atend treiterden me de pasters en me ’t geloof. De paster zei ’n kè: “’k Gon maken da ’t under nog spiet”. Ze zaten met underschen drien oender ’n schelve omda ’t dunderde. “Kletst er mor ip” zeien ze en den dunder sloeg in en ze waren alle drieë verkoold en de schelven waren nie ipgebrand.
Beschrijving
Drie mannen waren altijd aan het spotten met de kerk en het geloof. Op een dag sprak een pastoor tot de spotters: "Ik zal ervoor zorgen dat jullie daar nog spijt van krijgen!" Tijdens een onweer zaten de drie mannen te schuilen onder een houten afdak. "Sla er maar op!" zeiden de mannen. Het volgende ogenblik sloeg de bliksem in, waardoor de drie spotters levend verbrandden. Het houten afdakje brandde niet op.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (n van brugge)
664
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Kruis   
