Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CVERH0267_0268_45526

Een sage (mondeling), 1982

Hoofdtekst

17.F En hij was nog eens een keer - toen woonden ze in Corsendonk -en ze konden geen boter krijgen. Ze hadden altijd al geboterd, de hele dag al geboterd en ze konden geen boter krijgen. Toen waren ze naar de paters (onbekend) gegaan, hé, en die zeiden, dat ze naar Bornem moesten gaan, naar de paters ( Norbertijnen), want dat ze misschien de kwade hand in de stal zouden hebben. En mijn vader (Jan Geudens), die was toen getrouwd met mijn moeder, allé met Trees van Massenhoven, en die was toen naar Bornem geweest, naar die paters. En toen gaven die hem een medailleke mee, om in de koeketel te doen. En terwijl die naar Bornem was, naar de paters, begonnen ze eigenlijk gaan te boteren en ze hadden boter. En dat medailleke moesten ze in de stal hangen en de poeder moesten ze in de koeketel doen en ze hebben voortaan altijd kunnen boteren.X En hoe zou het dan gekomen zijn, dat die kwade hand er was ? 17 Dat weet ik niet.

Beschrijving

Een boer uit Corsendonk die geen boter meer kon maken, ging naar de paters. Van die paters kreeg hij de raad om naar de Norbertijnen in Bornem te gaan. Daar kreg de boer een medaille om in de stal te hangen en poeder om in de kribbe van de koeien te doen. Daarna heeft de boer nooit nog problemen gehad met het karnen van boter.

Bron

C. Verheyen, Leuven, 1982

Commentaar

antwerps (arendonk)
17F
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Norbertijnen (Bornem)    Norbertijnen (Bornem)   

Naam Locatie in Tekst

Arendonk    Arendonk   

Plaats van Handelen

Corsendonk    Corsendonk   

Bornem    Bornem