Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0087_0087_30133

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Een meiske diende in Brussel. Ze was in nen slechten dienst. Eens was ze ziek. Ze had beloofd messen te doen zeggen maar ze sterft in de ziekte. Twee andere meissens kwamen in haar plaats. ’s Nachts hoorden ze altijd kloppen. De paster zei dan ze in verschillige kamers moesten slapen om te weten voor wie dat er geklopt werd. ’t Was voor de zustere. “In de naam van God wat verzoekt ge van mij?” vroeg ’t meissen. De stemme zei: “Messen te doen doen (belofte die ze niet had kunnen houden). De paster zei aan de zuster dat ze ne witte neusdoek moest meepakken en op heur handen leggen, dat ze ging komen bedanken. As ze terug weerkwam, was ’t hand in de neusdoek gedrukt.

Onderwerp

SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)    SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   

Beschrijving

Een meisje dat in Brussel als dienstmeid werkte, had beloofd om missen te laten doen. Het meisje stierf echter aan een ziekte vooraleer ze die belofte had kunnen volbrengen. De twee nieuwe dienstmeisjes hoorden 's nachts altijd een geklop in huis. De pastoor gaf de meisjes de raad om in een verschillende kamer te slapen, zodat ze konden te weten komen voor wie er geklopt werd. Het meisje dat het geklop hoorde, vroeg: "In de naam van God, wat wil je van mij?" Daarop antwoordde een stem: "Missen laten doen". De pastoor gaf het meisje de raad om een witte zakdoek op haar handen te leggen, aangezien het spook nog zou terugkomen om haar te bedanken. Het dode meisje brandde haar hand inderdaad in de zakdoek.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
156
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zegelsem    Zegelsem   

Plaats van Handelen

Brussel    Brussel