Hoofdtekst
Een meiske diende in Brussel. Ze was in nen slechten dienst. Eens was ze ziek. Ze had beloofd messen te doen zeggen maar ze sterft in de ziekte. Twee andere meissens kwamen in haar plaats. ’s Nachts hoorden ze altijd kloppen. De paster zei dan ze in verschillige kamers moesten slapen om te weten voor wie dat er geklopt werd. ’t Was voor de zustere. “In de naam van God wat verzoekt ge van mij?” vroeg ’t meissen. De stemme zei: “Messen te doen doen (belofte die ze niet had kunnen houden). De paster zei aan de zuster dat ze ne witte neusdoek moest meepakken en op heur handen leggen, dat ze ging komen bedanken. As ze terug weerkwam, was ’t hand in de neusdoek gedrukt.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een meisje dat in Brussel als dienstmeid werkte, had beloofd om missen te laten doen. Het meisje stierf echter aan een ziekte vooraleer ze die belofte had kunnen volbrengen. De twee nieuwe dienstmeisjes hoorden 's nachts altijd een geklop in huis. De pastoor gaf de meisjes de raad om in een verschillende kamer te slapen, zodat ze konden te weten komen voor wie er geklopt werd. Het meisje dat het geklop hoorde, vroeg: "In de naam van God, wat wil je van mij?" Daarop antwoordde een stem: "Missen laten doen". De pastoor gaf het meisje de raad om een witte zakdoek op haar handen te leggen, aangezien het spook nog zou terugkomen om haar te bedanken. Het dode meisje brandde haar hand inderdaad in de zakdoek.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
156
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
Plaats van Handelen
Brussel   
