Hoofdtekst
Een man staat in het oerwoud, omsingeld door honderd kannibalen.
Hij denkt: "Nu ben ik de klos."
Dan hoort hij een stem die zegt: "Je moet een grote steen pakken en die tegen het voorhoofd van het opperhoofd aandrukken."
Nou, dat doet hij dus. Hij pakt een steen op die voor hem ligt, gaat naar het opperhoofd, en drukt de steen tegen zijn voorhoofd. Nou, die kannibalen zijn allemaal ontzet natuurlijk.
Dan zegt de stem: "Nu ben je zeker de klos."
(Per email toegestuurd op 29 maart 1999; gehoord van de conciërge van de Universiteit Utrecht)
Hij denkt: "Nu ben ik de klos."
Dan hoort hij een stem die zegt: "Je moet een grote steen pakken en die tegen het voorhoofd van het opperhoofd aandrukken."
Nou, dat doet hij dus. Hij pakt een steen op die voor hem ligt, gaat naar het opperhoofd, en drukt de steen tegen zijn voorhoofd. Nou, die kannibalen zijn allemaal ontzet natuurlijk.
Dan zegt de stem: "Nu ben je zeker de klos."
(Per email toegestuurd op 29 maart 1999; gehoord van de conciërge van de Universiteit Utrecht)
Beschrijving
Geconfronteerd met kannibalen, hoort een man een stem: hij moet een steen tegen het voorhoofd van het opperhoofd drukken. Dit blijkt zijn dood te betekenen.
Bron
email over mondelinge optekening
Commentaar
29 maart 1999
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20