Hoofdtekst
’t Was hier een knecht van Middelkerke, Gusten Fluppen, en z’n moeder, Rose Fluppe, koste (kon) toveren. Z’hadde zij de kwaan hand. Z’heeft hier mensen van Slijpe ook betoverd wè. Z’heeft hier een klein kind d’hand opgeleid, dat ziek wierd. En ton (dan) Dis Cocks wuf, aan haar heeft ze ook etwa (iets) gedaan wè. Ze was zij ook verwenst van Rose Fluppe en ze zag zij altijd Rose Fluppe voor haar, bij zoverre dat ze haar moeste zetten onder weg op een hoopje voor velo’s. Ze gerochte (geraakte) zij niet meer vooruit. En dat was Rose Fluppe die dat deed. Ze koste zij niet bougeren (bewegen). En z’hebben haar moeten naar huis leiden. ‘k Geloven dat de paster ook gekomen heeft.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
De moeder van een knecht uit Middelkerke kon toveren. De heks had bijvoorbeeld een kind ziek gemaakt door de kwade hand. Op een dag zorgde de heks ervoor dat een vrouw niet meer naar huis kon. De vrouw zag de hele tijd het gezicht van de heks voor zich. Nadat men die vrouw naar huis had gebracht, heeft men de pastoor laten komen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
201
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Slijpe   
Plaats van Handelen
Middelkerke   
