Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AMICH0219_0219_42851

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Engel Bruneel is een heksenmeester: hij heeft slechte boeken en kan moeilijk sterven.Engel Bruneel die woonde daar ieverans alleen dicht aan 't kabien. En die had zo'n lemen hutteke. Dat was een echte heksenmeester, zeiden ze. Lijk die gestorven is. Die heeft twee dagen gelegen in zijn bed. En de onderpastoor heeft daar moeten voor bidden en overlezen dat hij er water en bloed van zweette. En hij had zwarte haren als hij er heen ging en grijze als hij terug kwam. Ik heb er maar ene zo geweten van 't mansvolk. Die ouders van Roos die wisten daar meer af te klappen. Als die daar dood was en weg kwam die altijd maar terug, zeiden ze. Maar ik heb daarvan nooit niets gezien. Maar ik zijn ik altijd hard bang geweest he. Engel had boeken. Daar leerde die in. Die was getrouwd. Die zaten daar maar met twee alleen. Die hadden geen jong.

Beschrijving

In een afgelegen lemen hutje woonde een heksenmeester die boeken bezat. Hij was getrouwd, maar had geen kinderen. Die man heeft twee dagen op zijn sterfbed gelegen. Hij kon pas sterven nadat de onderpastoor voor hem gebeden had tot hij helemaal bezweet was. De zwartharige onderpastoor had grijze haren toen hij terugkwam van zijn bezoek aan die man. De heksenmeester zou na zijn dood verschillende keren zijn teruggekomen.

Bron

A. Michielsen, Leuven, 1964

Commentaar

2.2 Tovenaars
antwerps (land van herentals)
620
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Poederlee    Poederlee