Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MNIJS0107_0107_19100

Een sage (mondeling), 1969

Hoofdtekst

Liete Vereecke kwaamt ook e ki bie e mens. ’t Was dor e kleen kiendje. "Wat e schoan kiendje!" U ze weg was, begoste da kiendje te blèten (wenen). De broere lei zoet ip de zulle (dorpel) en de goeden trouwrienk van ze moeder; en Liete koste nie mi binnen. Je moeste da zoet in die rienk wegdoen en ton trokt ie heur binnen en je gaaf heur e pandoeringe (pak slaag) slagen da ze der nie goed van was. De paster èt da boek ofgehaald.

Beschrijving

Een moeder die een klein kindje had, kreeg bezoek van een vrouw die zei: "Wat een mooi kindje!" Toen de vrouw weg was, begon het kindje te huilen. De broer legde de gouden trouwring van zijn moeder samen met wat zout op de dorpel. Bij haar volgende bezoek kon de vrouw niet meer binnen vooraleer men de trouwring en het zout had weggenomen. Daarop gaf de broer de vrouw een flinke afranseling. De pastoor heeft de boeken van die vrouw opgehaald.

Bron

M.-R. Nijsters, Leuven, 1969

Commentaar

1.6 Weerwolven
west-vlaams (nw van houtland)
41.7
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Gistel    Gistel