Hoofdtekst
Daar was er ene die vrijde met een wicht, dat was wel een heks. En ze zegde hem dat: 'Ge moet daar toch maar voorzichtig mee zijn.' 'Ge moet maar eens drie Vrijdagen achtereen gaan vrijen, dan zult ge het gauw weten.' En hij gong, op 'ne Vrijdag. En toen hij weggong, zei hij: 'Tot Vrijdag dan maar weer.' Maar zij zei: 'Waarom moet dat juist op 'ne Vrijdag zijn, kunt ge niet op 'nen anderen dag komen?' 'Nee', zei hij, 'ik heb anders genen tijd.' En de Vrijdag gong hij weer. Ze was daar. En weer,toen hij heivers gong: 'Tot de volgende Vrijdag.' Maar toen hij weer gong, hij klopte en hij klopte... Hij kreeg geen taal. Maar dat was niks, daar kort bij was een huis en toen gong hij daar maar ichteren zolang als hij anders wegbleef. Toen hij aan den avond heivers gong, kwam ze buiten en ze zei: 'Nu kom maar, nu ben ik weer hier.' Maar hij had haar niet meer vandoen. Hij wist het. Dat heb ik mijn vader horen vertellen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongeman had een relatie met een meisje van wie men vermoedde dat het een heks was. Men waarschuwde de jongen: "Je moet maar voorzichtig zijn met dat meisje. Als je haar drie opeenvolgende vrijdagen gaat opzoeken, dan zal je weten of ze werkelijk een heks is." De jongen volgde de raad op en ging zijn vriendin enkel nog op vrijdag opzoeken. Toen het meisje vroeg of hij niet op een andere dag kon komen, zei de jongen dat hij dan geen tijd had. Op de derde vrijdag bleek het meisje niet thuis te zijn. Omdat hij nog niet onmiddellijk naar huis wilde gaan, bracht de jongen de avond door bij de buren van zijn vriendin. Toen de jongen naar huis wilde vertrekken, riep het meisje: "Kom nu maar naar mij; nu ben ik weer hier." Maar de jongen wist genoeg, en hij wilde het meisje nooit meer zien.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
