Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCALL0164_0164_29324 - X en de gendarmen

Een sage (mondeling), 1969

Hoofdtekst

Wan Trien en de gendarmen.Wan Trien die zaat attijd in heure stal mee keirsen om licht te hein. Moar die stal die laag vol hoeë en de geburen die woaren attijd vrië schou da giël dien boel doar nekiër in brand zou vliegen. “Ge moet geuder nie verlegen zijn”, zei Wan Trien, moar die minsen betraden dat toch nie en die gingen gij de gendeiremen. De wet, die kwaam dan om heur da te verbiën, moar Wan Trien die zei tegen heuder: “Ge moet doar giën eirg in hemmen, kijk moar”, en ze pakten zij een avel (handvol) hoeë da boven die keirsen en d’r branden d’r niet.

Beschrijving

Een vrouw zat altijd met kaarsen in haar stal, waar nochtans veel hooi lag. Omdat de buren bang waren dat de stal een keer in brand zou vliegen, waarschuwden ze de politie. Toen de agenten ter plaatse kwamen, zei de vrouw: “Jullie hoeven niet bang te zijn; kijk maar”. De vrouw hield wat hooi boven de kaarsen en wonder boven wonder vloog het hooi niet in brand.

Bron

R. Callaert, Leuven, 1969

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
123
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Elversele    Elversele