Hoofdtekst
Mijne nonk die daar aan de molen woonde dat was ne molder hé. Die kos ooch zo van alles want hier zijn er eens e paar machtig verbrand geweest in Kaulille op 't fabriek en ze kwamen hem roepen en hij daar naartoe, maar de jongens waren toch maar direct van de pijn af. En ich zeg tegen hem: 'Leert mich dat ooch eens.' 'Wacht maar jong, ge moet geduld hebben, als ich op mijn laatste lig dan is 't tijd genoeg' zegde hij dan. Maar ja, hij was dood voor dat hij 't wist. Ich heb 't nooit gekunnen.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Toen enkele mannen in de fabriek van Kaulille zwaar verbrand waren geraakt, liet men de molenaar komen omdat men wist dat die over bijzondere krachten beschikte. De molenaar hielp de mannen onmiddellijk van hun pijn af. "Leer mij dat ook eens", vroeg zijn neef even later. Daarop sprak de molenaar: "Heb wat geduld, jongen. Wanneer ik op mijn sterfbed lig, is daar nog genoeg tijd voor". Omdat de molenaar onverwacht was gestorven, heeft hij zijn toverkunsten echter nooit aan iemand kunnen doorgeven.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (noord-west)
264
Oom van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
Plaats van Handelen
Kaulille   
