Hoofdtekst
Mances vader kwam da tegen… Ewel ze kwamen al deur de Vaanders en al mee ne keer ze horen een gekraak in de bossen. ’t Was gelijk of danze nen gehelen bos afkraaktigen. En ze gingen gaan kijken en ’t was ne wreed (zeer) groten hond, zo groot of een rend (rund). Hij deed hij niet en ze gingen zulder (zij) voort naar Maria-Aaltre en naar de staminées (herbergen) en dien hond volgdige elder (hen) heel den tijd. En onze (als ze) aan ’t kerkhof kwamen aan de geushoek, daar begraven ze al de die die elder gezelfmoord hen, was dien hond weg en z’en hem nooit nie meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
SINSAG 0361 - Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
  
Beschrijving
Twee mannen die op weg waren naar Maria-Aalter, hoorden gekraak in de bossen. Ze zagen een hond die zo groot was als een koe. De hond ging met de mannen mee tot bij de herbergen. Bij de geushoek aan het kerkhof werden de zelfmoordenaars begraven. Op die plaats was de hond plots verdwenen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
124
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Joris-ten-Distel   
Plaats van Handelen
Maria-Aalter   
