Hoofdtekst
Onder aan het schoolke, Mins Berg af (het verlengde van de Pastorijstraat), woonde Mittes Joan (Joan Theunissen). Dat was een jonkman en die zat alleen in een oud huisje. Hij schilderde en het was heel vuil bij hem in huis. Maar nooit at hij zijn boterham op als hij die in zijn vuile handen gehad had. Op zekere dag zat er een schaapsbok bij hem, binnen in huis, en hij verging van de angst. Hij zei tegen de Heilige Antonius die op de schouw stond:"St-Antonius, jaag die bok uit". Maar het beeld bewoog niet. "Ik zeg u, jaag die bok uit," zei hij opnieuw, maar nog niets. Toen sloeg hij het beeld van de schouw af, de bok verschrok zich en liep zo hard mogelijk weg.
Beschrijving
Een jonge man woonde in een oud huisje waar het heel vuil was. Toen de man op een dag een bok in zijn huis zag, verging hij bijna van angst en sprak tot het beeld dat op de schouw stond: "Sint-Antonius, jaag die bok weg!" Omdat het beeld niet bewoog, zei de man nog eens: "Ik zeg u, jaag die bok weg!" Omdat het beeld nog niet bewoog, sloeg de man het van de schouw, waardoor de bok verschrikt wegliep.
Bron
L. Dreessen, Leuven, 2002
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (groot-bilzen)
6e
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Antonius (Heilige)
Heilige Antonius
Heilige Antonius
Naam Locatie in Tekst
Grote-Spouwen   
