Hoofdtekst
Da was ’s nachts stilstand van ’t bloed. O joen kloefen oender ’t bedde zette was ’t gedaan.Da was ip een hofstee dat den duvel ip zoldre zat. En ’t was alten veel geruchte ip zoldre. En in dat huis waren z’al van de mare bereên. En z’hèn de patre doen komen en dendien hèt dat ton verbid. Maar kort achterdien is de moedre toch doodgegaan. Da was alten azo. ’t Gink ton alten entwien dood.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die 's nachts door de maar werden bereden, hadden een stilstand van het bloed. Men kon zich tegen de maar beschermen door zijn klompen omgekeerd onder het bed te zetten. Op een boerderij waar iedereen door de maar werd bereden, zat de duivel op de zolder. Er is dan een pater gekomen, die de duivel heeft verjaagd. Korte tijd later is de boerin toch gestorven.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (o van houtland)
133
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waardamme   
