Hoofdtekst
’t Wos e vrouwe in Woumen die e bende kinderen hadde van e stik of tiene. En die kinders woren oltijd ziek en groeiden nooit. En ze gingen zieder e keer nor de geestelijken en ze woren gezeid dat z’ulder moeder mosten wegjagen, deurezenden. Dat e toen achterna gebeterd. Dat mensche las boeken dat ze niet mochte lezen. Zoej’t kunnen geloven van jen eigen moeder?
Beschrijving
Een vrouw uit Woumen had tien kinderen die altijd ziek werden en niet groeiden. Op een dag ging de moeder te rade bij de paters, die zeiden: "Je moet je moeder wegjagen". Nadat de vrouw dat had gedaan, kwam er verbetering in de toestand van haar kinderen. Die vrouw las boeken die ze niet mocht lezen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (vrijbos)
133H
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
Plaats van Handelen
Woumen   
