Hoofdtekst
In de taid dat ich in Laik werkte koem ich altaid 's oavens loat tous. Op nen oavend koem do de hele taid e ne grote hond achter mich noa. Hij sprong tegen men bein en loet mich mer nie met rus tot dat ich mich koad mokte, e ne stek oproapte en op het bes wilde sleun. Mais toen was de hond ineens voert.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Een man die 's avonds terugkwam van zijn werk in Luik, werd gevolgd door een grote hond die de hele tijd tegen zijn benen sprong. Toen de man een stok nam om de hond te slaan, was het dier plots verdwenen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
193
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen - Bovelingen   
Plaats van Handelen
Luik   
