Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0133_0134_31411

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

In de tijd was er hier een meid en ze had al die toeren gehoord van die spoken. En hier, de brouwer Broeckaert zijn zoon, van Van de Walle van Oudenaarde, die jongens thuis vluchtten altijd weg, want die vader was een diktator. Hij verkeerde nu met die meid en zij woonde te Bevere (bij Oudenaarde), rechtover het kerkhof. E5 jaar als dat gebeurd is. Zij was een smerige ros en zij ging hem een farse lappen. En hij is er nog ingelopen ook. ’s Nachts of op een vroege morgen komt hij weer naar huis en plots ziet hij op het kerkhof een wit ding van achter een zerk springen. Hij sprong recht en wist niet wat te doen. Plots ziet hij wat verder achter een zerk weer zo’n wit spook. Hij sprong weer achteruit. En als hij daar zo’n tijdje gestaan had, sprong ze weer. Hij geeft daar zo’n sprong, recht naar zijn villa, aan de pastorij, en hij was naar binnen.Zijn vrouw had dat allemaal gezien. Maar naast Cremers waren daar jongens die naar de telegraaf moesten. En de jongen die zijn deur opendeed om naar zijn werk te gaan, ziet ook dat spook. Hij, terug de deur toegeplakt, de grendel opgestoken en bij zijn vader. “Ik durf niet voortgaan, er lopen spoken op ’t kerkhof”, zei hij. “Allé, allé, voor zo’n grote jongen… Zijt ge niet beschaamd?” En ze gingen gaan kijken en zijn vader zei: “Het is toch iets dat niet juist is, ge blijft thuis.” En ze waren op hun werk niet.

Beschrijving

Een meid uit Bevere had een relatie met de zoon van een brouwer. Toen de jongen op een nacht of een ochtend naar huis kwam, zag hij op het kerkhof een witte gedaante achter een grafsteen uitkomen. De jongen liep snel naar huis en vergrendelde alle deuren. Het vermeende spook was de meid die haar vriend een poets wilde bakken.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
65E
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Ename    Ename   

Plaats van Handelen

Bevere    Bevere