Hoofdtekst
9: Zij hadden boeken. Celle Glorie hier is de boeken afgehaald geworden, je weet het wel, door de geestelijken. Celle daar, het was ook zo een stoute. Ja, van zodra ze haar hand, van zodra je… er mocht geen kind naar haar lachen, hé, als ze de gelegenheid had, legde ze haar hand erop. Maria Plaeys, die ginder nog in de Bruggestraat woont, wat heeft ze niet gehad ervan, Maria Plaeys. Hewel, als ze haar hand erop legde, de kinderen hadden iets. En ze gingen naar de paters ermee. Dat is waar hoor.X: En ze woonde hier ergens?9: Ze woonde hier, ja, ze woonde hier… eh, er zijn daar twee kleine huisjes hé, hier verder (Duinkerkestraat). Er zijn eerst drie grote, en dan twee kleine en ze woonde in het verste dat nu helemaal vervallen is. Zij woonde daar.X: En hoe was haar naam?9: Zij, Celle Glorie.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Poperinge woonde een vrouw die elke kans greep om een kind te kunnen aanraken. Als zij haar hand op het hoofd van een kind had gelegd, dan werd het kind kort daarop ziek. Met betoverde kinderen moest men naar de paters gaan.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (poperinge)
9F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Poperinge   
