Hoofdtekst
Ene man in Eigenbilzen die moest gaan zichten, maar 't was e nat jaar geweest en de man was ten achter en duw op zekeren avond koem ene vent bij hem die er noots gezien had. En over koetjes en kalfkes gekald (gepraat) en ook over 't weer. Ja 't was zo slecht en er kos 't nie afkrijgen. - Ah, aste dat wils, morgen staat alles afgezicht, bijeengebonden en recht gezet, maar de moes (ge moet) mech den ziel verkopen. En 't menneke dacht: 'Ja als ich dat doe is menen oogst af en ich bin nog nie verplicht dat echt te doen.' Er moest dat ondertekenen met z'n eigen bloed. En voor den helen oogst moest er énen ipper (schoof) met de goei dikte tegoei afzichten en dan moest er zeggen: 'En nu allemaal zo.' En de man deed dat en op den tijd van vijf minuten was 't heel stuk afgezicht. En zo 't een en 't ander. En toen goeng er de schoof opzetten en er zat enen op en (schoven rechtzetten) zei: 'Nu allemaal zo.' En uit 't laden en afladen weer hetzelfde. De schoven vlogen de kar op zonder daste ze omhoog staaks. Ja, dat waren de evermennekes die de duivelen sjikten (stuurden) voor die man te helpen.
Onderwerp
SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   
Beschrijving
Een boer uit Eigenbilzen had veel moeite met het maaien van het graan omdat het een vochtig jaar was geweest. Op een avond kreeg de boer bezoek van een heer, die zei: "Ik zal het werk wel voor jou doen, op voorwaarde dat je me je ziel verkoopt". De boer nam het voorstel aan en ondertekende het contract met zijn bloed. Daarna moest de boer één schoof maaien en dan zeggen: "Nu allemaal zo". Vervolgens was al het werk gedaan. De alvermannetjes hadden de duivels gestuurd om de man te helpen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (bilzen)
538
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kleine-Spouwen   
Plaats van Handelen
Eigenbilzen   
