Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0017_0018_31915

Een sage (mondeling), november 1997

Hoofdtekst

I: En hebt u nooit zoiets horen vertellen in de aard van een vezelsage, zo’n meisje die uitging met een jongeman en ze komen in een bos en hij zegt: “Ja, wacht effen, ik ga hier even in ’t bos.” Ja, hij moest iets doen en hij komt terug en hij is veranderd in een weerwolf en zij smijt zijn, haar zakdoek tussen zijn tanden en dan ziet ze daarna door de vezels die nog tussen zijn tanden zitten dat haar vriend eigenlijk dat dat de weerwolf is. Wordt er zo niets verteld?1 T: Ah ja, dat heb ik nog horen vertellen zoiets hé, dat ze op voorhand verstopt hebben. Dat was echt voor schrik aan te jagen hé. Daar werden trauma’s van opgedaan hé, allez, door de slachtoffers hé en ja, ze verwachten hun daar niet aan en met ene keer krijgen ze daar wat te zien, ’t is juist gelijk da’k daar kom te vertellen van dienen… - was ’t een kleine of een half-volwassene? Ik weet het niet – die naar dat spook sprong niet wetende wat dat hij deed, uit pure schrik hé. Dat is ook zoiets hé. Met een lamsvel of een schapevel over hun hé.I: En dat ze dat ook zo verstopten in een boomstronk. Daarjuist vertelde u van die nonkel dat hij binnenkwam en dat hij dat precies voelde dat uw vader dat zat af te schrijven, dat hebt ge soms ook (ovensage).

Beschrijving

Vroeger waren er mensen die zich met een lams- of schapenvel als spook verkleedden om anderen bang te maken.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
1T
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Maria-Oudenhove    Sint-Maria-Oudenhove