Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0191_0191_16735 - Dwaallicht

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Er was een keer een vent die hele dagen zijn wijf sloeg. Hij was alle dagen dronke. Heel ’t gebeurte hadde kompassie met dat wuvetje (vrouwtje). Nu, op een keer kwam hij were af, dronke lijk alsan (altijd), gereed om zijn wijf te slaan. Maar aan zijn huis ziet hij daar al met een keer een kop en een keise erin, weg en were en op en nere gaan. De dronkaard kreeg zodanig benauwd, dat hij op staande voet nuchter was ervan. Een stemme zei hem: "Je moet op je knieën vallen en zweren dat je nooit meer je vrouwe gaat slaan”! Den dronkaard dei dat. De kop viel nere en was nauwers meer te zien. Den dronkaard heeft nooit meer zijn wijf geslegen.

Beschrijving

Een man die altijd dronken was, sloeg zijn vrouw zo erg dat de buren medelijden hadden met het mens. Toen de man op een dag dronken naar huis kwam, zag hij een kop met een kaars erin heen en weer bewegen. De dronkaard was doodsbang toen hij ook nog een stem hoorde spreken: "Je moet op je knieën gaan zitten en beloven dat je je vrouw nooit meer zal slaan!" De dronkaard maakte de belofte en hield zich eraan.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
37
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Jan    Sint-Jan