Hoofdtekst
Van dwaallichtjes, hebt ge daar ook niet van horen spreken? In de donker, dat was juist of want daar een lampke lag te branden en dat was een klaar lampke want door de dag kondt ge het zien. Maar zo klaar was dat en dat was juist want daar een lampke lag te branden. En vroeger zegden ze, dat was een schoverik. De mensen: Oeioei, 's avonds de blaffeturen (= blinden) toe, de deuren toe want hier zit een schoverik, ik heb hem gezien en daar moogt ge niet op fluiten want als ge daar op fluit dan zijt ge dood. Dan kunt ge binnenlopen zo hard ge wilt, nog eer ge binnen zijt is hij bij u. Ja, daar was een man en die had die ook gezien. Hij zegt: 'Ik moet toch weten of dat waar is wat ze zeggen.' En die floot er op en hij vliegt binnen en hij had nog juist de deur toe, viel er een slag in de deur hè dat hij dacht: de deur is uit het ding weg. En 's anderendaags toen ze de deur opendeden, stond daar een hand in de deur gebrand, ge-brand! (klopt tweemaal op tafel). En als die man dat vertelde en ze lachten met hem dan werd hij kwaad. 'Ik heb dat meegemaakt', zei hij.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Een dwaallichtje was in feite een vuurman. Een man die naar een dwaallichtje had gefloten, vluchtte snel naar binnen. De volgende ochtend stond de hand van de vuurman in de deur gebrand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
midden-limburgs
f
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genk   
