Hoofdtekst
dô was ene kie ne knecht dee Mouton heit; en ’s nachs kam hem ze zuster en z’n mâ kapotmôke mei een bajonet; en z’hebben hem moete giesele om hem te doen spreke; en ze duie zene kop af; en dee viel in de verschoeut van een âd vrâke; en dô begon de kop nog te bête.
Beschrijving
Een knecht met de naam M. vermoordde 's nachts zijn moeder en zijn zus met een bajonet. Men heeft de knecht moeten geselen om hem de moord te doen bekennen. De knecht werd onthoofd. Het afgehakte hoofd viel in de schort van een oud vrouwtje en begon daar nog te bijten.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (sint-truiden)
726
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vorsen   
