Hoofdtekst
X: Op kleine jongens ook niet? Ik heb dat nog gehoord dat er daar iets mee gebeurde.A: Maar … wel neen, ik heb daar nooit van gehoord. Dat is al superstitie geweest né.X: Maar ze vertelden dat toch?A: Ja, ja, ze vertelden en de mensen ze zeien al: "Dat is waar, en dat is gebeurd." Maar ik heb nooit niemendal weten gebeuren.X: Maar ’t is niet als ’t gebeurd is of niet, dat is niet van belang hé voor mij, maar ’t is meer wat ze vertelden zo, dat er gebeurd was.A: Ah, dat er gebeurd was. Oh, een vrouwmens die, ze zei dat ze een kleine gekocht had en dat ze op haar bed was en dat ze daar de toveres zag komen daar, wel, een idee hé. Maar anderszins, ‘k heb daar nooit van geweten. Dat is al raam wê. Neen. ‘k Heb daar nooit van geweten. En van vertellen in het café, ja, ’t is al veel verteld dat je er niet op let hé.
Beschrijving
Vroeger vertelde men soms over vrouwen die een toveres zagen aankomen wanneer ze in het kraambed lagen.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
4
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
