Hoofdtekst
Melle de Bevernote was ’n toveresse. ’s Nachs ten twaalven stond z’ip. Ze zat in de zetele mee ne schone mantel an. En heur kaske stond vul wassene kindjes. En os ze een in de prochie wildege betoveren, ging ze naar een van die kindjes en ’t was betoverd.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
In Harelbeke woonde een toveres die om middernacht opstond en met een mooie mantel in de zetel ging zitten. Die toveres had een kast waarin wassen poppetjes stonden. Als ze iemand uit de parochie wilde betoveren, dan ging ze naar één van die poppetjes.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (menen en omstreken)
252
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Harelbeke   
Plaats van Handelen
Harelbeke   
