Hoofdtekst
Op de Geiteling zên ’t er is zeven pjeir kapot gegön. ’s Nachts kwamen de heksen die haolen. En ’s mörgens stonden ze dan nat van ’t zwiêt en hillegans ötgeput op stal en dan moesten ze nog ne gansen dag werken. Da konden ze natuurlijk nie öthaâven. De boer dao zag regelmaotig een kat op ’t erf rondloêpen. Op ne zekere kiêr sloeg’em ze de kop in. De volgende dag hemmen ze e vrommes öt de geburen nao ’t hospitaol moeten doen.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Op de Geiteling woonde een boer die zeven paarden had. 's Nachts kwam een heks de paarden halen, waardoor de dieren 's ochtends helemaal bezweet in de stal stonden. Op een dag sloeg de boer een kat de kop in. De volgende dag moest men een vrouw uit de buurt naar het ziekenhuis brengen. De paarden zijn gestorven.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (beringen en omstreken)
336
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beringen   
Plaats van Handelen
Geiteling (Beringen)   
