Hoofdtekst
Geleid'k Was op da hof, koeiere, en ik moeste naar de maarte heur ouders gaan. Da was ook al late, en as ik tenden de meers was, da wa ne weling tussen de korens en ik moeste naar da hof gaan van da meisie. En ik wierde verleed dat 't vijve van den nuchting was eer da 'k aan da plekske kwame van die, van da meisie. 'k Moes om die moeder of om die vader gaan. En d' es al, è.
Beschrijving
Een knecht die op een boerderij werkte, moest 's avonds naar de ouders van de meid gaan. Onderweg raakte de knecht verdwaald, waardoor hij pas om vijf uur 's ochtends bij het huis van de ouders aankwam.
Bron
A. Desmyter, Gent, 1955
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
5
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Bevere   
