Hoofdtekst
z1 Ze kregen die naam toen maar.7A Ze hebben die naam gekregen, maar die mensen zetten niks uit. Dat waren brave mensen. z1 Allé ja.7A Ik kan je daar niks van zeggen maske (meisje), want dat waren goede mensen.z1 Ja.7A Maar die hadden de naam gekregen: je bent een heks. z En waarom dat weet je niet? Want zij moet daar in ’t school een werk over maken. Het is voor het school en dat moet gaan over mensen in Aarschot die ze zo noemden. x Ken je zo van die mensen die heks genoemd werden? Daarvoor moeten ze niks slechts gedaan hebben. Maar als ze heks genoemd werden, dat is voor mij al…z1 Ja, dat is het. Ken jij zo een naam?x Of waar dat ze woonden. 7A Mannen, nu ben ik aan het peizen (nadenken).z1 Ja, dat geloof ik. Want dat is niet gemakkelijk meer, dat is zoveel jaren geleden. Dat is veel jaren geleden, mens. 7A Ik kan juist ene naam zeggen, dat is Kato. z1 Ja.7A Maar de achternaam weet ik niet. Dat is Kato, maar dat was een braaf mensje. Maar die had de naam van…z1 Dat ze een heks was.x En waar woonde die?7A Waar dat ze woonde?x Ja.7 In de Nieuwstraat.z1 In de Nieuwstraat in Aarschot, weet je niet waar dat dat is?7A In de Grecht.z Die is pas vernieuwd.z1 Ja, maar het is dan de straat die…7A Ik mag het niet meer zeggen de Grecht. z1 Dat is nu de avenue zeker.7A De Nieuwstraat. z1 Ah dat is ook Nieuwstraat, dat is allemaal Nieuwstraat als je nu van de Molenberg komt, Tilly.z Ja, ik weet dat wel en dan links weg, ik weet dat zijn. z1 Awel dat is dan de Nieuwstraat, ja.x Woonde die alleen, of was die getrouwd?7A Die was getrouwd, maar ik kan niet expliqueren waarom dat ze heks ertegen zegden.z1 Waarom ze dat zeiden.7A Dat waren brave mensjes. Weet je, de geburen (buren) als ze nu ruzie hebben. Je bent begot (bij god) een heks zeggen ze. Zo werd het gezegd.z1 Zo werd het gezegd, dat was een toenaam voor sommige mensen, dat is waar. Dat werd vroeger zo gedaan, een toenaam. Je bent een heks, dat is waar. En een heks dat was vroeger toch zo een die van alles uitzette.7A Maar die vertelde iets. Wij vertellen iets van Aarschot, maar die vertelde altijd iets dat niet waar was. z1 Juist.7A En daarmee zeiden ze dat dat een heks was.z1 Wel ja, dat was zogezegd een die fantaseerde.7A Ja.z1 Een leugenaar, die kon je niet betrouwen.7A Ja, die kon je niet betrouwenz1 Maar Kato, die naam bestond toen veel.
Beschrijving
Vroeger gebeurde het vaak dat onschuldige mensen beticht werden van hekserij.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
7A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aarschot   
