Hoofdtekst
Een vroevrouwe had een meisen. De mensen hadden al diksels gezeit tegen die vrouvrouwe dat ze er ne keer een perte (streek) ging mee hebben. Maar ze geloofdege dat niet. Op ne keer komt ze thuis dat ze een kind had weest dragen. Ze ziet de maarte (meid) aan ’t brood bakken, maar ze bleef met haar handen in den deeg staan want haar geest was op toer.Opeens ziet de vroevrouwe dat er ne zwarte neuzel (hommel) in haar oor kruipt en dat ze sebiet weer aan ’t knetzelen (kneden) ging. Da meissen had zeker niet gepeisd dat de vroevrouwe zo vroeg ging were komen, en in de vorm van ne neuzel was ze zeker op toer geweest.
Onderwerp
SINSAG 0591 - Die Seele der Hexe verlässt den Körper in Tiergestalt (als Lichtlein)
  
Beschrijving
Een vroedvrouw had een meid die ervan werd verdacht een toveres te zijn. Toen de vroedvrouw op een dag thuiskwam, zag ze dat haar meid brood aan het bakken was. Het meisje stond met haar handen in het deeg, maar ze bewoog niet. Haar geest was namelijk elders. Plots zag de vroedvrouw een zwarte hommel in het oor van de meid kruipen. Daarna begon de meid weer te kneden.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
342
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
