Hoofdtekst
I Hebt ge ooit van de maar gehoord?33 Ja.I En wat vertelden ze …33 Ja, wat is dat? Wat is dat eigenlijk, de maar? ‘De maar zit op me.’ Dan kon je niet slapen, dat was ’s nachts vooral, hé. Dat is voor … (= onverstaanbaar-C) Ik denk: "Als het vroeger was, zeiden ze: "De maar zit op je". [lachend] En dat is als je onrustig was en zo. Och, dan was ik …! "Dat was de kwade hand," zeiden ze, "wat op je zat." "Dan moet je maar veel bidden." Dat was het. En het wijwater neven je zetten. Dat zeiden ze ook veel.I Ah.33 Ja. De wijwaterpot - je moest altijd wijwater in het huis hebben, hé - en dan met het palmtakske - dat steekt daar alle jaren - en dan met dat daarin en dan maar goed ‘alle kaante’ (= overal), in de hoeken vooral (zegenen). "Dan komt de maar ‘nemé." Ja, dat was… D’r lag iets op je, zeiden ze dan, maar voor mij was dat m’n maag.I De ‘läöi’ vroeger dachten dat dat een heks was die op je lag.33 Die op je lag! En dan kon je niet meer op en … Ja, droomden ze of wat, ik weet het niet. Je kon niet meer op, je moest blijven liggen en je zweette, het zweet liep aan je af; je was ziek, zal ik maar zeggen. Dat was de maar, de kwade hand. Wij meenden dat dat de kwade hand was.I Maar d’r heeft niemand u gezegd als remedie zo van dat ge uw pantoffels, uw sloeffen… achterstevoren moest zetten bij het bed?33 Nee. Nee. Nee.I Wie vertelde me dat? Célke, Célke Vos (= informante 1)33 Ja ?!I Wat in Bolder woont. Die vertelde van …33 Die zal ook nog wel veel weten.I Ja, dat was m’n eerste dinge, bij die ben ik eerst geweest, twee maanden geleden. En die vertelde, haar broer die had dat dikwijl, hé, de maar. En toen had haar pa eens gezegd op iemand: "Weet je wat je dan moet doen als je weer deze nacht de maar hebt? Dan moet je, voor je gaat slapen, moet je eigenlijk je sloeffen achterstevoren zetten, want dan kan die heks niet met haar voeten daar aan ingaan." Dus dan kon die niet het bed instappen.33 Juist ja. Kan die niet meer op je springen.I Maar dat vertelden ze niet?33 Nee, dat vertelden ze niet. Wel: "De maar, de maar; ja dan ben je ondeugend geweest. En dinge, bid maar! Houw, pak maar wijwater! Pak maar wijwater!" Dat zeiden ze. "Dan komt de maar ‘nemé". Ja, wat was dat, de maar? Ik weet het niet. Een heks?I Heel vroeger dachten ze dat het een heks was.33 Dat een heks was. [simultaan] Naderhand… Ik weet het niet. Ja, vroeger was een heel ander … (onverstaanbaar-C)
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die 's nachts niet konden slapen, zeiden vaak dat de maar op hen zat. Om zich te beschermen tegen de kwade hand moest men veel bidden of wijwater naast zich zetten. Met een palmtakje moest men de hoeken van de kamer zegenen met wijwater. Mensen die door de maar werden bereden, zweetten hevig. Later geloofde men dat het gewoon iets met maagpijn te maken had.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (groot-riemst)
33K 468
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
