Hoofdtekst
Mannen, stropers, stroperslatijn, die hadden een toverboekje. Dat toverboekje, daar lazen zij in en dan gebeurde dat wat zij wilden dat gebeurde, gelijk om wild te stropen. En dan kwamen die hazen als daar hazen zaten of die konijnen, die kwamen dan bij hen. Zo, hebt ge daar nog nooit niet van gehoord van die rattenbidders? Dat ze huizen afgingen voor de ratten weg te doen, echt met bidden en toveren. Tovergebedjes en dat stond in zo'n boekje.
Beschrijving
Stropers hadden een toverboekje waarmee ze de hazen en de konijnen konden lokken. In zulke boekjes stonden ook toverformules om ratten te verjagen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.3 Toverboeken
midden-limburgs
j
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zutendaal   
