Hoofdtekst
En er was eens een vrouw en die ging om gras, gras snijden voor de konijnen die ze had hé. En als gras snijdend, eh al gras snijdend, ze kwam een vrouw tegen. Nu, ze zei gedag, het was iemand die ze kende. Ze zei gedag ertegen, maar terwijl ze gras sneed vond ze een kussen, een rond kussentje, waar je zo spelden opsteekt hé, of naalden. "Maar," zegt ze, "wat er hier ligt. Wie moet dat hier gegooid hebben?" En nu, ze raapt dat op en steekt dat in haar zak. En een uur later, dat vrouwmens keerde terug. "Wel," zegt ze, "heb je hier geen speldenkussentje gevonden met spelden erop?" "Nee," zei ze, "ik heb hier niets gevonden." "Je hebt het wel gevonden," zei ze, "je hebt het in je zak gestopt." "Ik heb niets gevonden," zei ze, "en je moet voortgaan," zei ze, "ik heb niets gevonden." En toen ze thuiskwam, ze ging naar de kerk en ze wierp het in de wijwaterpot.
Beschrijving
Een vrouw was gras aan het snijden voor haar konijnen. Even later kwam er een vrouw uit de buurt voorbij, die ze groette. In het gras vond de vrouw een speldenkussentje. Ze raapte het op en stak het in haar zak. Toen de buurvrouw even later opnieuw voorbijkwam, vroeg deze: "Heb je soms geen speldenkussentje gevonden?" De vrouw antwoordde: "Neen, ik heb niets gevonden". De buurvrouw zei echter: "Jawel, je hebt het wel gevonden en het in je zak gestoken!" De vrouw bleef echter ontkennen. Daarna ging ze naar de kerk en gooide het speldenkussen in het wijwatervat.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (poperinge)
12F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
