Hoofdtekst
In den tijd beweerden ze dat half Beek heksen waren. Zo waren er die van V., dat waren ook heksen, maar die waren nog jong. Daar zaten dikwijls jong mannen, die gongen daar wat bij zitten en gekscheren en zo. Maar dat gong vroeger zo: als die mannen naar huis gongen, dan bleven ze buiten wachten tot iedereen in zijn bed lag, en dan aan het vensterke van de vrouwlie...tok, tok. 'Joa, ich kôm sevves.' En toen waren er bij die van V. ook een paar jong mannen geweest, die dat ook deden. Ze wachtten wat tot iedereen slapen was en toen klopten ze op het vensterke... tok. Maar geen taal, daar was niemand die antwoordde. Die mannen dachten: 'Seffens zullen ze toch wel opendoen', en ondertussen - een eind van het huis af stond 'nen appelboom - daar gongen ze met hunne rug tegen liggen. En ze waren er zo zeker van dat die vensterkes vast toe waren, maar ineens gaan ze alle twee op een reet open, en door allebei sprong een kat binnen. En d'rekt erna kwamen de twee vrouwlie aan het venster: 'Nu kom maar, nu zijn we hier.' Die waren gaan heksen, ziet ge.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
In Beek woonden vroeger veel heksen. De jonge meisjes van de familie V. waren ook heksen. 's Avonds bleven enkele jongemannen hen gezelschap houden tot het bedtijd was. Dan wachtten ze tot iedereen ging slapen. Vervolgens gingen ze op het slaapkamerraam van de meisjes tikken. Toen er echter geen antwoord kwam, gingen de jongens wachten onder een perenboom die wat verderop stond. Hoewel de jongens er zeker van waren dat de ramen van de meisjes gesloten waren, sprongen er plots twee katten door de ramen naar binnen. Enkele ogenblikken later kwamen de meisjes opendoen met de woorden: "Kom nu maar binnen; nu zijn we hier!"
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Beek   
