Hoofdtekst
Op de 'Bollebereg' - dat heet nu nog zo - doa woonde ene van die schelemen. Doa lagen ach(t) of achttien lijken in de kelder. Wei hieter (= heette hij) nu toch weer?... Hij had ene kameraad in een wenning (= hoeve), doa was tante haar va(d)er nog geboren... Noë was zijne naam! Die ging overal stelen 's nach(t)s. Het leste, doa was de man weggelopen vóór de vrouw, en ze hebben de vrouw haar ring(en) uit de vingers gedaan. Grote hon(den) had er geloof ich, ook. 'Oud-Manshoven' was die wenning (= hoeve) bo zijne kameraad woonde, en hij kwam door een baan door de bos in Bommershoven, en aster minse tegenkwam, namter hun geld af en he maakte ze kapot. In de bos in 'Maonsjesbos'. Ja, ja, dat zei ons tant! Wa toch schelemen zijn! Dat is wel meer as twiehonderd jaren lee (= geleden).
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Noë had een vriend die op de hoeve 'Oud-Manshoven' woonde. 's Nachts vertoefde Noë vaak met zijn honden op de weg door het het Maonsjesbos van Bommershoven. Wie het pad van de rover kruiste, werd bestolen en vermoord. Men vermoedde dat Noë wel acht of zelfs achttien lijken in zijn kelder bewaarde.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1123
Meer dan tweehonderd jaar geleden, aldus de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Noë V.D.B.   
Oud-Manshoven (hoeve)   
Manshoven (hoeve)   
Maonsjesbos (Bommershoven)   
Naam Locatie in Tekst
Heks   
Plaats van Handelen
Bommershoven   
Maonsjesbos (Bommershoven)   
