Hoofdtekst
’t Wos hier nen boer die nen domestiek hadde, en j’had zworte peerden. En ip nen Zundagnuchtend ot ne van de messe werekwam zag ne zovele veugels vliegen rond het hof. En je peisde dat de boerinne eten gesmeten had voor de veugels. Mor ot ne an de poorte kwam zag ne zijnen domestiek in ’t dakvinster stoan met een boekske in zijn hand en je wos dorin an ’t lezen. En ot den boer wilde binnengoan koste ne ip het hof niet van de kroaien.
Beschrijving
Op een boerderij in Rumbeke werkte een knecht. Toen de boer op een zondagochtend terugkwam van de mis, zag hij allemaal vogels rond de boerderij vliegen. Hij dacht dat de boerin eten had gegooid voor de vogels, maar toen hij bij de poort kwam, zag hij zijn knecht lezend in een boekje bij het dakraam staan. De boer geraakte zijn boerderij zelfs niet binnen omdat er zoveel kraaien rondvlogen.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (groot-roeselare)
250
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rumbeke   
Plaats van Handelen
Rumbeke   
