Hoofdtekst
Mijn vader ging naar Vollezele mee twee paarden, en dat was laat in de nacht hé, en hij moest al Zandbergen werekomen hé, en als hij te Zandbergen aan de brugge kwamp is hij de vaart langsheren (langsheen) gegaan. Hij was van Appelterre en hij en moest niet doen als over de brugge gaan hé; en natuurlijk hij en kwamp hij niet naar huis hé, niet weten wat dat dat was. En hij was azo tot in Aalst gegaan, en ’s morgens zag hij waar dat hij was. En hij en wist ’t niet. En ze zeien aske van d’alf geleid werd dagge niet in ’t water en liep. En hem thuisgebracht en in zijn bedde gedaan en hij en wist nog niet waar dat hij was!
Beschrijving
Een man uit Appelterre ging ’s nachts met twee paarden naar Vollezele. Toen de man terugkwam langs Zandbergen, moest hij enkel de brug oversteken. Toch raakte de man verdwaald en belandde in Aalst. De man was ‘van de alf’ geleid. Mensen bij wie dat gebeurde, liepen merkwaardig genoeg nooit in het water.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
28
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Smeerhebbe-Vloerzegem   
Plaats van Handelen
Appelterre   
Vollezele   
Zandbergen   
