Hoofdtekst
En daar was nog een, ook een heks, zegden ze. Trien heette ze. En als ze naar de kerk kwam had ze altijd hare ketel of ’n pan of een koffiemolen bij en dat zette ze achter in de kerk - ik heb het al gezien hoort ge! - achter in de kerk aan ’t wijwatervat en dan kwam ze naar voor op ene stoel en daar ging Trien altijd op zitten. Maar ene keer, die stoel was van de brouwer Martens, de brouwer, die stoel en toen zei die vrouw tegen mij: "Ik ga niet naar de Mis, gij moogt u op mijne stoel zetten." - wij hadden gene stoel. "Gij moogt u op mijn stoel zetten." En ik ging erop zitten op ene zondagmorgen en toen zei een madam tegen mij "sta maar gerust op want gij blijft daar toch niet op zitten, als Trien komt dan moet ge op." Ik zeg: "Ik sta niet op", ik zeg "ik mag daarop zitten." Zij zegt: "Ge zult opstaan, gij zult het zien", zei ze. Ja, en een beetje daarna stootte ze mij: "Ze staat achter u!" Och God! een beetje daarna moest ik uit, ik ging van mezelf. Ik moest uitgaan en dat deed ze met iedereen die op die stoel zat. Die moesten allemaal uit. En dan achter in de kerk had ze ene ketel of ’n pot of een pan altijd staan, achterin liet ze dat staan en dan ging ze naar voor. Ja, dat is me toch zelf overkomen. Wat dat die me gedaan heeft dat weet ik niet. Maar ik moest toch uit. Ze stootte aan mij, die vrouw. "Och God ze staat achter u" zei ze. Maar ik bleef toch zitten, maar ik moest uit. Ik ging van mezelf, ik moest uit. Ik werd niet tegoei. Dat deed ze, daar mocht niemand op die stoel zitten als den eigenaar. (…) Vroeger moet dat toch bestaan hebben, zo’n heksen…
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Lanaken woonde een zekere Trien die ervan verdacht werd een heks te zijn. Wanneer Trien naar de kerk kwam, had ze altijd een kookpot, een pan of een koffiemolen bij, die ze achteraan bij het wijwatervat neerzette. Vervolgens ging Trien gewoonlijk op de stoel van de vrouw van brouwer Martens zitten. Op een dag had de vrouw van de brouwer tot een man gesproken: "Wij gaan niet naar de mis, jij mag op mijn stoel gaan zitten". Toen de man op zondagochtend op die stoel ging zitten, sprak een vrouw tot hem: "Sta maar op, want jij blijft daar toch niet zitten. Zodra Trien komt, zal je moeten rechtstaan. Daarop sprak de man: "Ik sta niet op, ik mag hier zitten", waarop de vrouw antwoordde: "Jij zal opstaan, je zult het wel zien!" Even later zei de vrouw: "Och God, ze staat achter je!". Op dat ogenblik kreeg de man een flauwte, waardoor hij de kerk moest verlaten.
Bron
P. Knabben, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (maasvallei)
L/XXIII/644
memoraat
Bandopname
Naam Overig in Tekst
Trien
Martens
Martens
Naam Locatie in Tekst
Lanaken   
Plaats van Handelen
Lanaken   
