Hoofdtekst
Te Zonnebeke up een hofstee hèd wok nog verkeerd. Z’han daar een groot wit peerd en ze mosten dadde nooit kusen (reinigen); ’t waren ’s nachts olsan kleine jongens en meiskes die dat peerd kusten en der’s nachts mee rondreên.En ze zaten in d’appelaars te kraaien lik d’haans. En ton èn de kapelaans van Zonnebeke en Geluveld daar naartoe geweest, maar z’hèn ruze gehad om up ’t hof te geraken, maar ne keer da ze derup gerochten hèn ze ’t kunnen aflezen en ’t was toen gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0791 - Begegnung mit Mahr.   
Beschrijving
Op een boerderij in Zonnebeke had men een groot wit paard dat 's nachts door kleine jongens en meisjes werd gewassen en bereden. Die kleine wezentjes zaten in de appelbomen te kraaien zoals hanen. De pastoors en kapelaans van Zonnebeke en Geluveld hadden de grootste moeite om de boerderij te bereiken. Nadat de geestelijken de boerderij hadden overlezen, gebeurden er geen vreemde dingen meer met het paard.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
13
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluveld   
Plaats van Handelen
Geluveld   
Zonnebeke   
