Hoofdtekst
Hij had gans zijn leven met spoken gelachen.Zuë was er op den Butdijk uëk ne kiër nen boer en die hou giël zijn leven mee spuëken gelachen. Hij geluëfden doar amoal nie in. As tje dan gestorven was moesten ze kommen om zijn lijk af te leggen hé, moar dien boer hou zuë nen duëdstrijd hat dat tje van de kramp giëlegans schiëf getrokken was. Pertang hij was moar een goed duur duëd en den kennde normoal nog een lijk buigen gelijk as ge wilt, moar den dezen, die was stijf, zuë stijf as een berd.Z’hemmen doar oan gewrongen en gesleurd, amoal giën avans. Dan hemmen z’hem op den duur effenaf moeten breken, anders kost tje nie deftig gekist wurren.
Beschrijving
Op de Butdijk woonde een boer die heel zijn leven met spokerij had gespot. De boer had een zware doodsstrijd, waardoor zijn lichaam na zijn dood helemaal verkrampt was. Toen de boer nog maar een uur dood was, kon men zijn lijk al niet meer plooien. Uiteindelijk heeft men het lichaam van de man moeten breken, omdat het anders niet in de doodskist zou geraakt zijn.
Bron
R. Callaert, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
73
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Moerzeke   
Plaats van Handelen
Butdijk   
