Hoofdtekst
Hier up de streke gingen er vele vrouwmensen omme met boeken, en ’t wos hier een die ne keer een boekske gegeven hadde aan ’n kindje maar ’s navens hoorden ze zulken leven, de deuren sloegen open en toe, en de pannen ruttelden up ’t dak. En z’hèn van armoe in ’t holst (in ’t midden) van de nacht dat boekske naar de paster gedaan, en ton waren ze van dat leven verlost.
Beschrijving
In de streek van Hollebeke woonden veel vrouwen die toverboeken bezaten. Op een dag had een vrouw een toverboek gegeven aan een kindje. Die avond hoorden de ouders van dat kind de dakpannen rammelen en de deuren open- en dichtslaan. Ten einde raad brachten die mensen het boekje in het holst van de nacht naar de pastoor. Daarna waren er geen vreemde geluiden meer te horen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (ieper)
235
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hollebeke   
Plaats van Handelen
Hollebeke   
