Hoofdtekst
We goengen e keer gon wien nor Diksmude en me zagen ze wieder dor zitten up ’t stik. En me zagen ze wieder verspringen van ’t ene nor ’t andre. Zo den dag kom, ze woren weg. Ze zein dat dat ol oede menschen woren die werekeerden. Doodkeersen, dat is e lucht, die vliegen mor je zag dor noch steert noch vlerke (vleugel) an.
Beschrijving
Enkele mensen die naar Diksmuide gingen, zagen lichtjes springen. Dergelijke lichtjes konden vliegen, hoewel ze geen staart of vleugels hadden. Men vertelde dat het de zielen van oude mensen waren, die terugkeerden. Zodra de dag aanbrak, waren de lichtjes verdwenen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (vrijbos)
63F
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Merkem   
Plaats van Handelen
Diksmuide   
