Hoofdtekst
‘k Heb van mijn vaar nog horen vertellen dat waar dat den ouwe gravenmaker gewoond heeft dat er daar ne vent was, en dat was ne rosten: en mee den nacht hoordegen hij schoon muziek opkomen en hij trok zijn venster open om te kijken, maar hij kreeg mij daar een lappe (slag) op zijne smoel (gezicht) dat hij hem moest haasten en dat hij weg was! Dat was die bende die daar just passeerdegen.
Beschrijving
Een man hoorde ’s nachts mooie muziek. Hij opende zijn raam om te kijken, maar kreeg vervolgens een slag tegen zijn gezicht. Daarop maakte de man dat hij wegkwam.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
122
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schendelbeke   
