Hoofdtekst
’t Was daar één die op wandel was naar zijn lief.En onder de bane ziet hij daar lijk ‘nen helen hoop mensen en hij zegt - ’t was al late als hij daar ging zulle - en hij zegt: "’k Ga mij haasten dat ‘k bij die mensen benne."Maar als hij daar kwam, waren dat geen mensen, maar lijk geesten, alzo rare gedaanten. En hij was zodanig vervaard hé, dat hij begoste te lopen. Maar hoe zeerder dat hij liep, hoe zeerder dat die geesten achter hem liepen. En hij koste ze niet kwijt geraken.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man die op weg was naar zijn vriendin, dacht dat hij in de verte een groep mensen zag staan. Toen de man dichterbij kwam, stelde hij echter vast dat het geesten waren. De man was zo bang dat hij begon te rennen. Hoe sneller hij liep, hoe sneller de geesten achter hem aan holden.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
99
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
