Hoofdtekst
Beschrijving
Een stalkaars was een uitgeholde biet waarin men een kaarsje had gezet. Als het donker was, zette men dat kaarsje in het struikgewas. Voorbijgangers liepen dan haastig weg, om wat verderop te vallen over een koord die men voor de grap over de weg had gespannen.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (zuid-west)
35E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bellingen   

