Hoofdtekst
Dat heb ich mij vader zaliger dik horen vertellen, over weerwolven. Die randden de mensen aan als ze met paard en kar op gang waren. Dan vlogen ze verkleed als weerwolf op 't paard. Maar dat waren mensen. En dat paard bleef dan natuurlijk staan en dan randden ze de mensen aan.
Beschrijving
Mensen die met paard en kar op pad waren, werden vaak aangevallen door weerwolven. Weerwolven waren mensen die zich hadden verkleed om de mensen bang te maken. Nadat ze het paard tot stilstand hadden gebracht, vielen weerwolven de mensen aan.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
279
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
