Hoofdtekst
De dag daarna zat ze met een doek rond haar hoofd.D’r was iëns een vra die in een kat veranderd was; en zo is dat uitgekommen wie dat da was: d’r kwam ne mens voorbij die katte en gaf die ne slag, ’s anderdaags kwam die mens bij heur en ze zat met nen doek rond heure kop en die mens zei: “Wat hedde gij” en ze zei: “Ge zult gij dat toch wel weten”, en daarmee wist hij dat ze die kat was die hij ne schup gegeven had.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een man die op een avond een kat had geslagen, kwam de volgende dag een vrouw tegen, die een doek rond haar hoofd had. Toen de man de vrouw vroeg wat ze had, antwoordde ze: “Dat zal jij toch wel weten!”
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
212
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksaarde   
