Hoofdtekst
Dat was ne raren toer. ‘k Was koejeter. ’t Was te lande bij Moeskroen. We hadden gekaart tot den tienen ’s avonds. We sliepen op de voute. ’t Was daar een venster die naar den tabus wees. We zagen daar een lucht, hij draaide rond in de bomen van d’hage naar den appelaar en vandaar naar den tabus. ‘k Heb da gezien. ’t Waren die drie framassons die daar begraven waren.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Een koewachter die bij een boer in Moeskroen werkte, sliep op de zolder. Op een avond zag de man door het zolderraam een lichtje dat van de bomen naar de hagen vloog, en vandaar naar de appelboom en vervolgens naar een heuvel. Op die heuvel lagen drie framassons begraven.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (zuiden)
21
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rollegem   
Plaats van Handelen
Moeskroen   
